Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken

Prejudiciële vragen over niet-Oekraïense derdelanders

Sinds vorig jaar zomer is er onduidelijkheid over de vraag of de tijdelijke bescherming van ‘derdelanders’ eerder kan eindigen dan de tijdelijke bescherming van overige ontheemden uit Oekraïne. Dat zijn personen met een niet-Oekraïense nationaliteit die Oekraïne zijn ontvlucht en daar een tijdelijke verblijfsvergunning hadden. Een deel van hen kreeg in Nederland tijdelijke bescherming.

Inmiddels staat vast dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de tijdelijke bescherming niet voortijdig mocht eindigen per 4 september 2023. Dat oordeelde de Raad van State. Maar de Raad van State stelde ook vast dat voor deze groep de tijdelijke bescherming eindigt op 4 maart 2024. Dat leidde tot verbazing.

De afgelopen weken is deze vraag opnieuw voorgelegd aan 11 rechtbanken. Ook onze collega’s vroegen de rechter om zich uit te laten over de vraag of het wel klopte dat de tijdelijke bescherming eindigde per 4 maart 2024. Omdat het van groot belang is dat het recht van de Europese Unie juist wordt uitgelegd en toegepast, vroegen zij de rechters om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Deze procedure bestaat om, onduidelijkheden weg te nemen over de juiste interpretatie van het Europees recht voor nu en in de toekomst. Het nadeel van deze procedure bij het Hof is dat het erg lang kan duren. De kans is groot dat dat betekent dat het Hof geen duidelijkheid zal bieden voor 4 maart 2025.

De uitspraken van de rechtbanken liepen erg uiteen; sommige rechters hebben het beroep gegrond verklaard en geoordeeld dat de tijdelijke bescherming voor deze groep ook gewoon doorloopt tot 4 maart 2025, de datum waarop de tijdelijke bescherming op dit moment voor alle ontheemden eindigt. Zij merkten daarbij op dat prejudiciële vragen stellen te lang gaat duren en het daarom geen zin heeft. Andere rechtbanken bepaalden dat niet afgeweken hoeft of kan worden van de Raad van State, en dat de derdelanders vanaf 5 maart 2024 Nederland moeten verlaten.

Vandaag heeft de rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gedaan in een zaak van een bevriende collega. De rechtbank Amsterdam ziet wél aanleiding om prejudiciële vragen te stellen, en hoopt dat het Hof daar in een versnelde procedure antwoord op zal geven. Een van de vragen die de rechtbank aan het Hof stelt, gaat over de vraag of de groep derdelanders die in Nederland tijdelijke bescherming heeft gekregen, ook valt onder het laatste besluit van de Europese Raad tot verlenging van de tijdelijke bescherming tot 4 maart 2025. Dit zal ongetwijfeld veel losmaken in de maatschappij, politiek, maar vooral bij de groep derdelanders die al maanden in onzekerheid leven. Wat de uitspraak voor de gehele groep betekent, is op dit moment nog niet duidelijk.

We hopen dat het Hof de vragen van de rechtbank snel zal beantwoorden en eindelijk duidelijkheid zal verschaffen over het lot van deze groep. In de tussentijd zullen we ons blijven inzetten om te bewerkstellingen dat onze cliënten de uitkomst van de procedure bij het Hof in Nederland kunnen afwachten, en er geen onomkeerbare handelingen plaatsvinden.

Aanmelding nieuwsbrief