Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
nieuws
nieuws
19

De Amsterdamse rechter gaat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) prejudiciële vragen stellen over de gevolgen van de Brexit voor het Unieburgerschap van Britse onderdanen. Dat is de uitkomst van een kort geding dat door Bureau Brandeis namens een groep in Nederland wonende Britten tegen de Nederlandse Staat en de gemeente Amsterdam was aangespannen.

Britten ontlenen als Unieburgers een aantal rechten en vrijheden aan het lidmaatschap van de EU, zoals het recht om in andere lidstaten te verblijven en te werken. In het kort geding stond centraal of de Brexit automatisch leidt tot het verlies van deze rechten en vrijheden, dat wil zeggen: het verlies van het Unieburgerschap voor Britten in de EU.

Volgens de kortgedingrechter bestaat onduidelijkheid over de uitleg van artikel 20 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU (VWEU), waarin het burgerschap van de EU is vastgelegd. De rechter wil het HvJEU daarom deze prejudiciële vragen stellen:

  1. Leidt de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU ertoe dat Britten hun EU-burgerschap, en alle daaraan ontleende rechten en vrijheden, automatisch verliezen als de 27 EU-lidstaten en het VK tijdens de onderhandelingen niet anders overeenkomen?
  2. Zo niet, moeten er dan voorwaarden of beperkingen worden gesteld aan het behoud van de rechten en vrijheden die Britten aan het EU-burgerschap ontlenen?

De Nederlandse Staat en de Gemeente Amsterdam voerden aan dat het kort geding een onwenselijke doorkruising vormt van het politieke onderhandelingsproces over Brexit, maar dat werd door de rechter verworpen. Ook vond de rechter dat er geen sprake was van een hypothetisch geschil dat uitsluitend was opgezet om de zaak voorgelegd te krijgen aan het HvJEU. De groep Britten die de zaak had aangespannen, had namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat hun rechten en vrijheden door de Brexit worden aangetast en zij nu al schade lijden door de onzekerheid over hun rechtspositie.

De vraag is of het HvJEU tot dezelfde conclusie komt. De uitkomst van de Brexit-onderhandelingen is immers nog onzeker en het HvJEU kan zich alleen uitspreken over prejudiciële vragen die betrekking hebben op een daadwerkelijk geschil.

Heeft u vragen over dit artikel of over de Brexit in het algemeen, neem dan contact op met Mirjam den Besten.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

aanmelden nieuwsbrief

dhr.    mw.

Ik ben op de hoogte van en akkoord met de privacyverklaring