Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
nieuws
nieuws
22

De rechtbank Den Haag heeft in een uitspraak van 20 maart 2019 bepaald dat voor de werkgever van een Blauwe Kaarthouder géén afzonderlijke verplichting bestaat tot het maandelijks uitbetalen van het salaris op een bankrekening op naam van die Blauwe Kaarthouder. Uitsluitend het looncriterium is daarmee bepalend voor de vraag of aan de voorwaarden voor de Blauwe Kaart wordt voldaan.

De Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie) had een boete opgelegd aan een werkgever voor overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen, omdat het salaris van de werknemer (houder van een Blauwe Kaart) gedurende de eerste drie maanden van het dienstverband te laat was uitbetaald. De Inspectie SZW gaat er daarmee vanuit dat voor de Blauwe Kaart dezelfde regels gelden als voor kennismigranten. Voor de werkgever van de kennismigrant geldt immers wel dat hij naast het looncriterium moet voldoen aan de verplichting om het salaris maandelijks vóór het einde van de maand over te maken naar een bankrekening op naam van de kennismigrant. De Blauwe Kaart regeling kent een dergelijke verplichting niet.

De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van deze specifieke verplichting betekent dat, zolang aan het looncriterium voor de Blauwe Kaart wordt voldaan (zoals in deze zaak het geval was), geen boete kan worden opgelegd op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. De rechtbank vernietigt daarom het besluit van de Inspectie SZW tot boeteoplegging. De gehele boete moet worden terugbetaald aan de werkgever.

Eline van Deijck trad op als gemachtigde in deze zaak.

aanmelden nieuwsbrief

dhr.    mw.

Ik ben op de hoogte van en akkoord met de privacyverklaring