Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
nieuws
nieuws
28

Op 7 september 2022 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) enkele belangrijke prejudiciële vragen beantwoord met betrekking tot het Chavez-verblijfsdocument voor niet-Europese ouders van minderjarige Nederlandse kinderen.

Wat ging eraan vooraf?
In de zaak Chavez Vilchez (2017) bepaalde het Hof van Justitie dat het een schending van Europees recht is als een Nederlands minderjarig kind gedwongen wordt om zijn niet-Europese ouder te volgen naar een land buiten de EU omdat die ouder niet in de EU mag verblijven. Niet-Europese ouders van minderjarige Nederlandse kinderen konden daarom een verblijfsdocument krijgen om zorg te dragen voor hun kind in Nederland.

Al snel werd de lijn van de Nederlandse rechtspraak dat ouders met een Chavez-verblijfsdocument in Nederland geen aanspraak konden maken op permanent verblijf of het Nederlanderschap. Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) wordt een Chavez-verblijfsrecht namelijk aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht, omdat het een afhankelijk verblijfsrecht is en het verblijfsrecht in beginsel ophoudt te bestaan zodra het kind 18 jaar wordt.

Wat is er veranderd?
In 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld over de invulling van het begrip ‘tijdelijk verblijfsrecht’. In de uitspraak van 7 september 2022 stelt het Hof van Justitie vast dat verblijf op grond van een Chavez-verblijfsdocument niet kan worden aangemerkt als een tijdelijk verblijfsrecht. Het Hof legt uit dat de lijn van Nederland niet gevolgd kan worden, aangezien het verblijfsrecht op basis van een Chavez verblijfsdocument zeer lang kan duren: totdat het kind meerderjarig is en in sommige gevallen zelfs langer. Daarnaast stelt het Hof dat de afhankelijke status van het verblijfsrecht niet relevant is voor het vaststellen van de al dan niet tijdelijke aard.

Wat betekent dit?
Niet-Europese ouders van Nederlandse kinderen die ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf hebben gehad in Nederland, hebben door deze uitspraak perspectief gekregen op voortgezet verblijf in Nederland. Als deze ouders voldoen aan alle voorwaarden, komen zij wel degelijk in aanmerking voor een verblijfsvergunning als EU-langdurig ingezetene. Dit houdt in dat de lijn in de rechtspraak over de tijdelijkheid van dit verblijfsrecht niet langer houdbaar is.

Naar verwachting zal in de komende maanden duidelijk worden welke gevolgen deze uitspraak heeft voor de mogelijkheden van ‘Chavez-ouders’ om het Nederlanderschap te verkrijgen.

Met vragen over het wijzigen van uw verblijfsvergunning, naturalisatie of permanent verblijf, kunt u contact opnemen met Elles Besselsen of Mirjam den Besten.

aanmelding nieuwsbrief (in het nederlands)

Ik ben op de hoogte van en akkoord met de privacyverklaring