Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
expertises

Religieuze organisaties en instellingen die behoefte hebben aan de overkomst van religieuzen van buiten de Europese Unie kunnen mogelijk een beroep doen op speciaal beleid. Het beleid geldt niet alleen voor religieuze, maar ook voor levensbeschouwelijke organisaties. Het beleid is zonder onderscheid van toepassing op alle richtingen van geloof en levensbeschouwing die als zodanig kunnen worden erkend.

Verblijf – algemeen

Buitenlandse religieuzen worden in het toelatingsbeleid aangeduid als ‘geestelijk bedienaren’.

Werken als geestelijk bedienaar betekent dat de aanvrager een geestelijk, godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt bekleedt, arbeid verricht als geestelijk voorganger, godsdienstleraar of zendeling. Zij kunnen een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning in de categorie ‘Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid’ (GVVA).

De verblijfsvergunning wordt voor maximaal drie jaar verleend en kan telkens weer voor drie jaar worden verlengd.

Buitenlandse religieuzen die Nederland slechts komen bezoeken, vragen geen verblijfsvergunning aan. Zij mogen op een visum of in de vrije termijn maximaal 90 dagen in een tijdvak van 180 dagen in Nederland verblijven.

Als geestelijk bedienaren in Nederland activiteiten gaan verrichten, heeft de organisatie ten behoeve van wie zij dat doen, een tewerkstellingsvergunning nodig.

Categorieën

De GVVA of TWV kan worden aangevraagd voor voorgangers, kloosterlingen of zendelingen.

Voorgangers kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als zij de gezichtsbepalende figuur zijn binnen de organisatie en het minimumloon verdienen. Dat kan via een (pseudo)-arbeidsovereenkomst.

Kloosterlingen en zendelingen kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als hun werkzaamheden in Nederland noodzakelijk zijn om de doelstelling van de religieuze instelling te realiseren.

Zij mogen geen dienstbetrekking met de instelling hebben. Als zij de gelofte van armoede hebben afgelegd hoeft niet te worden voldaan aan de middeleneis.

Inburgeringsplicht

Iedereen die naar Nederland komt om als geestelijk bedienaar te werken moet inburgeren.

Buitenlandse religieuzen zijn van de inburgeringsplicht vrijgesteld indien zij niet met een religieuze boodschap naar buiten treden (bijvoorbeeld (slot-)kloosterzusters die uitsluitend binnen de kloostermuren werkzaam zijn) of die slechts bij een enkel optreden in kleine kring naar buiten treden met een religieuze of levensbeschouwelijke boodschap, zoals bijvoorbeeld het een keer leiden van een bruiloft of begrafenis. Zij hoeven geen inburgeringsexamen te doen, in het buitenland noch in Nederland. Als zij na 5 jaar een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of naturalisatie willen aanvragen, moeten zij alsnog het inburgeringsexamen in Nederland behalen.

De religieuze organisatie als referent

Een van de voorwaarden voor de verblijfsvergunning is, dat de buitenlandse religieuze in Nederland bij een religieuze organisatie gaat verblijven en deze zich als referent stelt. Dat betekent dat de organisatie naar de IND toe verantwoordelijk is voor de verblijfsrechtelijke aspecten van het verblijf. Concreet betekent dit dat de organisatie een aantal verplichtingen op zich neemt:

  • de organisatie moet financieel gezond zijn en aantonen dat haar continuïteit en solvabiliteit voldoende zijn gewaarborgd.
  • de organisatie moet bepaalde omstandigheden aan de IND doorgeven
  • de organisatie moet bepaalde gegevens bewaren en verstrekken als de IND of de Inspectie SZW daar om vraagt
  • de organisatie moet de buitenlandse religieuze informeren over zijn rechten en plichten als houder van een verblijfsvergunning. Deze informatie moet worden verstrekt wanneer wordt beoordeeld of de religieuze naar Nederland kan komen (zijn of haar ‘werving en selectie’). De organisatie moet ook achteraf kunnen aantonen dat en hoe de religieuze op dat moment is geïnformeerd.

Indien deze verplichtingen niet worden nageleefd, kan de IND een boete opleggen van € 3.000 per overtreding. Bij herhaling kan dit bedrag worden verhoogd. 

De religieuze organisatie als ‘werkgever’

Religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en geestelijk bedienaren moeten rekening houden met de regels die gelden voor de tewerkstelling van geestelijk bedienaren van buiten de EU. Dit betekent bijvoorbeeld dat een geestelijk bedienaar met een vergunning voor kloosterlingwerkzaamheden alleen activiteiten als kloosterling mag verrichten. Als dit niet het geval is, dan kan er sprake zijn illegale arbeid als de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie geen tewerkstellingsvergunning heeft verkregen voor de werkzaamheden die de geestelijk bedienaar wel verricht.

Naar aanleiding van illegale arbeid kan de Inspectie SZW een forse boete opleggen aan de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie. Ook kan het opleggen van de boete openbaar worden gemaakt. Voor de desbetreffende geestelijk bedienaar kunnen de gevolgen groot zijn; zijn of haar verblijfsvergunning kan worden ingetrokken en een toekomstige aanvraag om een verblijfsvergunning kan worden afgewezen door de IND als er sprake is van illegale arbeid.

Neem voor meer informatie contact op met Thomas van Houwelingen, Marcel Reurs of Muhyadin Mohamud.