Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
expertises

Op 19 juni 2018 heeft het Hof de uitspraak van de kortgedingrechter van rechtbank Amsterdam, waarin zij prejudiciële vragen stelt over het Unieburgerschap van Britten na Brexit, vernietigd.

In het kortgeding hadden Britten die woonachtig zijn in Amsterdam een vordering ingesteld bij de gemeente Amsterdam ter garantie van hun Unieburgerrechten na de Brexit. Het Hof erkent dat dit vragen zijn waarop een Unierechtelijk antwoord is gewenst, maar vindt de vorderingen onvoldoende concreet om toegewezen te worden. Hierdoor is het Hof van mening dat de vorderingen überhaupt niet toegewezen kunnen worden, ongeacht het antwoord op de vraag wat er met de Unieburgerrechten van Britten gebeurt na de Brexit. Prejudiciële vragen zijn derhalve niet nodig en zullen dus niet worden gesteld.