Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
desks
nieuws

Japanners konden al, door de zogenoemde meestbegunstigingsclausule uit het Nederlands-Japans Handelsverdrag, aanspraak maken op een verblijfsvergunning als zelfstandig ondernemer op grond van dezelfde voorwaarden als neergelegd in het Nederlands Amerikaans Vriendschapsverdrag.

Kort gezegd komen deze voorwaarden er op neer dat een Japans onderdaan een verblijfsvergunning als zelfstandig ondernemer kan verkrijgen indien de Japanner een substantiële investering doet in een in Nederland gevestigde onderneming. Als de Japanner die substantiële investering vervolgens op peil hield kon voortgezet verblijf als zelfstandig ondernemer op grond van het Nederlands-Japans Handelsverdrag in Nederland niet worden ontzegd. Het reguliere - en strengere - puntensysteem voor zelfstandig ondernemers werd dus niet op Japanse ondernemers toegepast.

In een uitspraak van 19 juni 2013 oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State echter dat verblijfsvergunningsaanvragen op grond van dit Nederlands-Japans Handelsverdrag niet aan de voorwaarden van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag, maar aan de voorwaarden van het Nederlands-Zwitsers Traktaat moeten worden getoetst. Dit betekent concreet dat aan Japans onderdanen geen investeringseis maar slechts een middeleneis kan worden gesteld en dat de Japans onderdaan zich vrij op de Nederlandse arbeidsmarkt mag bewegen en dus ook werkzaamheden in loondienst mag verrichten.

Wilt u meer weten over wat dit voor u kan betekenen? Neem dan contact op met de Japandesk van Everaert Advocaten.