Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
17

adoptie

  • Adoptie en de Nederlandse nationaliteit

    Tot 1 oktober 1998 kon alleen aan kinderen die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba waren geadopteerd het Nederlanderschap worden verleend[1]. Met de inwerkingtreding van het Haags adoptieverdrag 1993 is deze mogelijkheid verruimd[2].

    Vanaf 1 oktober 1998 worden minderjarige kinderen die buiten Nederland in overeenstemming met dit Verdrag zijn geadopteerd en van wie ten minste één adoptieouder Nederlander is, van rechtswege Nederlander. dit geldt alleen voor ‘sterke’ adopties[3].

  • Buitenlandse adoptie

    Het erkennen van buitenlandse adopties blijkt steeds weer een ingewikkelde kwestie. Vooral wanneer later blijkt dat de buitenlandse adoptie niet valt onder de bepalingen van het Haags Adoptieverdrag of de Nederlandse wetgeving.

    Daar komen adoptiefouders vaak pas achter wanneer zij, na het doorlopen van een plaatselijke procedure, het kind in hun gezin hebben opgenomen. De ouders hebben de Nederlandse nationaliteit, maar hun eigen kind krijgt geen Nederlands paspoort. Hoe komt dat? Meestal komt dat omdat een buitenlandse adoptie niet wordt erkend door de Nederlandse ambassade of de Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand. Onze adoptieadvocaten zien in de praktijk veel van dit soort schrijnende situaties. Zij kunnen u op grond van hun expertise en ervaring een gedegen advies verstrekken en zo nodig een gerechtelijke procedure beginnen.

  • Rechtbank star voor ouders ...

    ...die buiten Nederland wonen

    In het Adoptiemagazine van december 2017 schreef Vera Kidjan over
    de situatie van de Braziliaanse Marcia* en haar broer Roberto. Het artikel
    eindigde, net zoals in een spannende roman, met een cliffhanger. De zaak
    kreeg een vervolg.

    Samenvattend: het gaat om een Braziliaanse adoptie van Marcia uit 2002 en een Braziliaanse adoptie van Roberto uit 2005. De twee wonen met hun adoptieouders in Brazilië. De adoptiemoeder heeft de Braziliaanse nationaliteit en de adoptievader heeft de Nederlandse nationaliteit. De Wet conflictenrecht adoptie trad in werking op 1 januari 2004. Dit heeft tot gevolg dat de adoptie van Roberto kan worden erkend volgens geschreven regels waardoor hij door de Braziliaanse adoptie Nederlander wordt. Maar Marcia’s adoptie kan niet op grond van geschreven regels worden erkend waardoor zij geen Nederlander is geworden via de Braziliaanse adoptie. Daarom verzoekt Marcia de rechtbank om een Nederlandse adoptie uit te spreken.
    Hierdoor kan zij wel Nederlander worden.

    De rechtbank laat zich echter uitsluitend uit over de erkenning van de Braziliaanse adoptie en ziet het belang niet in van een Nederlandse adoptie. Hierop gaat Marcia in hoger beroep. De zaak wordt op basis van een formele afweging door het hof afgedaan. Het hof verklaart zich onbevoegd omdat er onvoldoende
    aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer om de Nederlandse adoptie uit te spreken. Het feit dat de adoptievader de Nederlandse nationaliteit heeft en het hier uiteindelijk gaat om het Nederlanderschap van Marcia, is onvoldoende. Hierdoor hoeft het hof zich niet verder inhoudelijk uit te laten over de zaak.

    Vervolgens stapt Marcia naar de Hoge Raad, die de zaak echter verkort afdoet. De aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden en hoeven geen nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

    Wonen en werken in België

    Door deze ontwikkelingen wordt momenteel bij adoptieouders die niet in Nederland wonen en in Nederland willen adopteren, zeer kritisch gekeken naar de banden met Nederland voordat de Nederlandse rechter een Nederlandse adoptie wil uitspreken.

    Op 11 februari 2019 doet de rechtbank Den Haag bijvoorbeeld uitspraak in een zaak waar de adoptieouders in België wonen. Het gaat om een Nederlandse man die getrouwd is met een Libanese vrouw. Zij heeft een dochter uit een eerder huwelijk. De Nederlandse man wil graag zijn stiefdochter via een Nederlandse partneradoptie adopteren. De man voert aan dat er voldoende binding is met Nederland. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en zijn echtgenote verwacht deze eveneens op korte termijn te verkrijgen. Door een adoptie naar Nederlands recht zal ook de dochter de Nederlandse nationaliteit krijgen met alle rechten en plichten die daarbij horen en zal haar status als kind van de man zijn gewaarborgd. De man geeft aan dat het gezin op Nederland georiënteerd is omdat daar zijn familie woont. Ook wordt de dochter zowel Frans- als Nederlandstalig opgevoed en is de man werkzaam als EU-ambtenaar in België. Formeel gezien wordt de man daarom niet als inwoner van België aangemerkt vanwege zijn geprivilegieerde status. Tot slot is er het vooruitzicht dat de man met zijn gezin op een termijn van twee jaar naar Nederland overgeplaatst wordt.

    De rechtbank vindt echter dat de verblijfplaats van het gezin feitelijk in België is. Zij wonen en werken daar en hun gezinsleven speelt zich af in België. Zij hebben nooit in Nederland gewoond. Voor de beoordeling van de rechtssfeer waarmee de zaak verbonden is, moet de rechtbank kijken naar de feitelijke situatie en dus ook naar de feitelijke verblijfplaats van de man en zijn stiefdochter. Dat is België. Voorts overweegt de rechtbank dat bij de beoordeling van een adoptieverzoek de belangen van het kind onderzocht moeten worden. De instanties in het land waar het kind woont, in dit geval België, zijn de aangewezen instanties om de belangen van het kind zo nodig te onderzoeken. De grote valkuil in deze zaak is dat de rechtbank constateert dat nergens uit blijkt dat een adoptie in België niet mogelijk is. De man heeft slechts aangegeven dat de adoptieprocedure in België vermoedelijk lang zal duren.

    De rechtbank vindt de argumenten van de man onvoldoende om rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan te nemen en acht de Nederlandse rechter dan ook onbevoegd van het adoptieverzoek kennis te nemen. Aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank daarom niet toe.

    Belgische adoptie

    De beslissing zou naar mijn mening anders zijn geweest als de man had kunnen aanvoeren dat onder zijn omstandigheden geen Belgische adoptie kon worden uitgesproken. Als dat het geval was geweest, dan had een beroep gedaan kunnen worden op artikel 9 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarin staat dat de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht moet accepteren als een gerechtelijke procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt te zijn.

    Uit het vorenstaande blijkt dat de Nederlandse rechtbank momenteel niet eenvoudig rechtsmacht aanneemt als de adoptieouders niet in Nederland wonen.
    Dit punt moet door de adoptieouders uitgebreid worden toegelicht voordat kan worden toegekomen aan de kwestie waar het werkelijk om gaat: de adoptie van een kind dat in vele gevallen al lange tijd een gezin vormt met de adoptieouders. Deze starre formele houding in zaken waar de belangen van het kind op het spel staan vind ik een ongewenste ontwikkeling.

    De zaak van Marcia is overigens nog niet klaar. Zij heeft onlangs een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

    * voor de leesbaarheid wordt Marcia genoemd
    maar formeel gezien voeren haar adoptieouders de
    procedure.

    Dit artikel verscheen in het juninummer van Adoptie magazine.


    Vera Kidjan 
    Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    vera kidjan