Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
4

adoptie

  • Adoptie en de Nederlandse nationaliteit

    Tot 1 oktober 1998 kon alleen aan kinderen die in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba waren geadopteerd het Nederlanderschap worden verleend[1]. Met de inwerkingtreding van het Haags adoptieverdrag 1993 is deze mogelijkheid verruimd[2].

    Vanaf 1 oktober 1998 worden minderjarige kinderen die buiten Nederland in overeenstemming met dit Verdrag zijn geadopteerd en van wie ten minste één adoptieouder Nederlander is, van rechtswege Nederlander. dit geldt alleen voor ‘sterke’ adopties[3].

  • Buitenlandse adoptie

    Het erkennen van buitenlandse adopties blijkt steeds weer een ingewikkelde kwestie. Vooral wanneer later blijkt dat de buitenlandse adoptie niet valt onder de bepalingen van het Haags Adoptieverdrag of de Nederlandse wetgeving.

    Daar komen adoptiefouders vaak pas achter wanneer zij, na het doorlopen van een plaatselijke procedure, het kind in hun gezin hebben opgenomen. De ouders hebben de Nederlandse nationaliteit, maar hun eigen kind krijgt geen Nederlands paspoort. Hoe komt dat? Meestal komt dat omdat een buitenlandse adoptie niet wordt erkend door de Nederlandse ambassade of de Nederlandse ambtenaar van de burgerlijke stand. Onze adoptieadvocaten zien in de praktijk veel van dit soort schrijnende situaties. Zij kunnen u op grond van hun expertise en ervaring een gedegen advies verstrekken en zo nodig een gerechtelijke procedure beginnen.

  • Nederlandse moeder geeft nog geen recht op Nederlands paspoort

    Bij de praktijk van advocaat Vera Kidjan kloppen regelmatig adoptieouders aan die om uiteenlopende redenen in ingewikkelde juridische procedures verzeild zijn geraakt. Zo ook Els, een Nederlandse vrouw die Juan, de zoon van haar Colombiaanse partner, heeft geadopteerd in Ecuador.

    Na haar studie milieuwetenschappen en een postdoctorale opleiding ontwikkelingsstudies vertrekt Els vanuit Nederland naar Colombia. Daar ontmoet zij de man van haar dromen, Pedro. Ze trouwen in 2006. Pedro heeft uit een eerdere relatie een zoon genaamd Juan, geboren in 2002. Juan heeft net als zijn vader de Colombiaanse nationaliteit en woont al sinds zijn geboorte bij zijn vader en vanaf 2006 bij zijn vader en Els. Het gezin verhuist in 2010 naar Ecuador omdat Els daar een baan als milieuadviseur aangeboden krijgt bij een Duits overheidsbedrijf.

    Els en Pedro kopen in Ecuador een stuk land waarop zij een huis bouwen en gewassen verbouwen en vee laten grazen. Met daarbij duurzame energie en een eigen watersysteem zijn zij zoveel mogelijk milieuvriendelijk en zelfvoorzienend. Pedro begint op de boerderij een restaurant.

    Juan ziet Els als zijn moeder. Zij heeft hem, voor zover hij zich kan herinneren, altijd opgevoed en verzorgd. Hij heeft maar sporadisch en oppervlakkig contact met zijn biologische moeder. Tijdens zijn jeugd wordt hij niet geconfronteerd met het feit dat Els niet zijn juridisch moeder is, maar dit merkt hij meer naarmate hij ouder wordt. Zijn achternaam bestaat uit een eerste naam van zijn vader en een tweede naam van zijn biologische moeder, maar hij vindt dat zijn tweede achternaam de achternaam van Els moet zijn. Zodra Els zijn juridisch moeder wordt, zal zijn achternaam ook op die manier worden aangepast.

    Naamswijziging niet urgent door corona

    Els start een lokale adoptieprocedure in Ecuador. Juans biologische moeder gaat akkoord met de procedure. De Ecuadoraanse rechter is van mening dat Els voldoet aan alle relevante wettelijke vereisten en dat de partneradoptie in het belang van Juan is. Dit wordt onderbouwd met documenten waaruit blijkt dat het onderzoek van de rechtbank grondig en zorgvuldig is geweest. Ook geeft de rechtbank aan dat de beslissing is genomen in overeenstemming met het Haags Adoptieverdrag. Ecuador is sinds 1 januari 1996 partij bij dit verdrag en Colombia sinds 1 november 1998.

    De adoptie wordt in juni 2020 uitgesproken door de rechtbank in Ecuador. Juan is dan nog net zeventien jaar oud. Volgens het Burgerlijk Wetboek van Ecuador is de (partner)adoptie een ‘sterke’ adoptie, waardoor de familiebanden met de biologische moeder van Juan worden verbroken. De namen van Juan moeten, op grond van zowel de wetgeving van Ecuador als de wetgeving van Colombia, als volgt worden: als eerste achternaam die van Pedro en de tweede achternaam die van Els.

    De adoptiebeslissing uit Ecuador moet echter nog ten uitvoer worden gelegd in Colombia. Daarna kan pas de achternaam van Juan worden gewijzigd in het geboorteregister van Colombia en kan de geboorteakte van Juan worden aangepast. Dit moet via de Colombiaanse rechtbank gebeuren. Vanwege de situatie rondom het coronavirus is het echter niet mogelijk om deze wijziging door te voeren in het geboorteregister van Colombia. Zaken zoals die van Juan worden als niet urgent beschouwd en worden voor onbepaalde tijd niet behandeld. Hoelang dit gaat duren is niet bekend.

    Nederlander worden door erkenning van adoptie

    Els heeft astma en Juan heeft een longziekte. Dit heeft hen ertoe gedwongen om tijdens de coronacrisis naar Nederland te reizen vanwege de gebrekkige gezondheidsfaciliteiten in Ecuador waardoor hun gezondheid niet kan worden gewaarborgd. Op kosten van de werkgever van Els reizen zij naar Nederland. Pedro blijft in Ecuador, omdat hij het stuk land en de dieren niet onbeheerd kan achterlaten.

    Els werkt momenteel vanuit huis. Maandelijks wordt geëvalueerd wanneer het gezin terug kan keren naar Ecuador maar de situatie rondom de coronacrisis blijft in Ecuador ongewijzigd en zorgelijk. Juan heeft een Colombiaans paspoort waarmee hij officieel tot maxi­maal drie maanden in Nederland mag blijven. De adoptieprocedure in Ecuador is echter al voltooid, dus Els is nu zijn juridisch moeder. Hierdoor meent Juan dat hij recht heeft op een Nederlands paspoort. Ondanks het feit dat Nederland (sinds 1 oktober 1998), Ecuador en Colombia verdragspartij zijn van het Haags Adoptieverdrag is het Haags Adoptieverdrag niet van toepassing op deze zaak. Er is hier namelijk sprake van een lokale adoptieprocedure en lokale adopties vallen niet onder de werkingssfeer van dit verdrag.

    De Ecuadoraanse adoptie kan echter wel in Nederland worden erkend en volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap is Juan ook Nederlander geworden door de adoptie omdat deze voldoet aan alle voorwaarden die in de wet staan:

    1. De adoptie voldoet aan de voorwaarden voor erkenning in Nederland op grond van de regels van het Burgerlijk Wetboek.
    2. De adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen de biologische moeder en kind worden verbroken.
    3. Ten minste een van de adoptieouders is Nederlander op de dag dat de adoptiebeslissing niet meer kan worden weersproken.
    4. Het kind was op de dag van de adoptiebeslissing minderjarig.

    Kip-ei-situatie

    Toch wordt de afgifte van een Nederlands paspoort geweigerd. De adoptie kan weliswaar worden erkend en Juan heeft in theorie wel de Nederlandse nationaliteit, maar in het Nederlands paspoort van Juan moeten zijn juiste namen worden vermeld. De Nederlandse autoriteiten die het paspoort mogen afgeven vinden dat zij niet bevoegd zijn om de namen van Juan in het Nederlands paspoort te vermelden zoals die volgens de wetgeving van Colombia1 moeten zijn. Zij hebben hiervoor een gewijzigde Colombiaanse geboorteakte nodig. Daarbij komt dat Ecuador geen geboorteaktes opmaakt voor kinderen die niet in Ecuador zijn geboren en/of geen Ecuadoraanse nationaliteit hebben.

    Juan is inmiddels achttien jaar geworden en hij verblijft noodgedwongen in Nederland. De termijn waarin hij met zijn Colombiaans paspoort in Nederland mag verblijven is overschreden. Juan staat voor het dilemma om of de procedure bij de rechtbank in Colombia te beginnen (met de kans dat deze voor onbepaalde tijd niet wordt behandeld) dan wel de Nederlandse rechtbank te verzoeken de Ecuadoraanse adoptie te erkennen en zijn geboortegegevens te laten vaststellen met wijziging van zijn achternaam (maar met de kans dat de Nederlandse rechter zich onbevoegd verklaart omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer). In dat geval zal de Nederlandse rechtbank naar de Colombiaanse rechter verwijzen. Een kip-­ei­situatie dus.

    Vera Kidjan

    In artikel 10:19, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek staat dat de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling worden bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft.

    Dit artikel werd in  oktober 2020 gepubliceerd in Adoptie Magazine Online.

     

  • Rechtbank star voor ouders ...

    ...die buiten Nederland wonen

    In het Adoptiemagazine van december 2017 schreef Vera Kidjan over
    de situatie van de Braziliaanse Marcia* en haar broer Roberto. Het artikel
    eindigde, net zoals in een spannende roman, met een cliffhanger. De zaak
    kreeg een vervolg.

    Samenvattend: het gaat om een Braziliaanse adoptie van Marcia uit 2002 en een Braziliaanse adoptie van Roberto uit 2005. De twee wonen met hun adoptieouders in Brazilië. De adoptiemoeder heeft de Braziliaanse nationaliteit en de adoptievader heeft de Nederlandse nationaliteit. De Wet conflictenrecht adoptie trad in werking op 1 januari 2004. Dit heeft tot gevolg dat de adoptie van Roberto kan worden erkend volgens geschreven regels waardoor hij door de Braziliaanse adoptie Nederlander wordt. Maar Marcia’s adoptie kan niet op grond van geschreven regels worden erkend waardoor zij geen Nederlander is geworden via de Braziliaanse adoptie. Daarom verzoekt Marcia de rechtbank om een Nederlandse adoptie uit te spreken.
    Hierdoor kan zij wel Nederlander worden.

    De rechtbank laat zich echter uitsluitend uit over de erkenning van de Braziliaanse adoptie en ziet het belang niet in van een Nederlandse adoptie. Hierop gaat Marcia in hoger beroep. De zaak wordt op basis van een formele afweging door het hof afgedaan. Het hof verklaart zich onbevoegd omdat er onvoldoende
    aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer om de Nederlandse adoptie uit te spreken. Het feit dat de adoptievader de Nederlandse nationaliteit heeft en het hier uiteindelijk gaat om het Nederlanderschap van Marcia, is onvoldoende. Hierdoor hoeft het hof zich niet verder inhoudelijk uit te laten over de zaak.

    Vervolgens stapt Marcia naar de Hoge Raad, die de zaak echter verkort afdoet. De aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden en hoeven geen nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

    Wonen en werken in België

    Door deze ontwikkelingen wordt momenteel bij adoptieouders die niet in Nederland wonen en in Nederland willen adopteren, zeer kritisch gekeken naar de banden met Nederland voordat de Nederlandse rechter een Nederlandse adoptie wil uitspreken.

    Op 11 februari 2019 doet de rechtbank Den Haag bijvoorbeeld uitspraak in een zaak waar de adoptieouders in België wonen. Het gaat om een Nederlandse man die getrouwd is met een Libanese vrouw. Zij heeft een dochter uit een eerder huwelijk. De Nederlandse man wil graag zijn stiefdochter via een Nederlandse partneradoptie adopteren. De man voert aan dat er voldoende binding is met Nederland. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en zijn echtgenote verwacht deze eveneens op korte termijn te verkrijgen. Door een adoptie naar Nederlands recht zal ook de dochter de Nederlandse nationaliteit krijgen met alle rechten en plichten die daarbij horen en zal haar status als kind van de man zijn gewaarborgd. De man geeft aan dat het gezin op Nederland georiënteerd is omdat daar zijn familie woont. Ook wordt de dochter zowel Frans- als Nederlandstalig opgevoed en is de man werkzaam als EU-ambtenaar in België. Formeel gezien wordt de man daarom niet als inwoner van België aangemerkt vanwege zijn geprivilegieerde status. Tot slot is er het vooruitzicht dat de man met zijn gezin op een termijn van twee jaar naar Nederland overgeplaatst wordt.

    De rechtbank vindt echter dat de verblijfplaats van het gezin feitelijk in België is. Zij wonen en werken daar en hun gezinsleven speelt zich af in België. Zij hebben nooit in Nederland gewoond. Voor de beoordeling van de rechtssfeer waarmee de zaak verbonden is, moet de rechtbank kijken naar de feitelijke situatie en dus ook naar de feitelijke verblijfplaats van de man en zijn stiefdochter. Dat is België. Voorts overweegt de rechtbank dat bij de beoordeling van een adoptieverzoek de belangen van het kind onderzocht moeten worden. De instanties in het land waar het kind woont, in dit geval België, zijn de aangewezen instanties om de belangen van het kind zo nodig te onderzoeken. De grote valkuil in deze zaak is dat de rechtbank constateert dat nergens uit blijkt dat een adoptie in België niet mogelijk is. De man heeft slechts aangegeven dat de adoptieprocedure in België vermoedelijk lang zal duren.

    De rechtbank vindt de argumenten van de man onvoldoende om rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan te nemen en acht de Nederlandse rechter dan ook onbevoegd van het adoptieverzoek kennis te nemen. Aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank daarom niet toe.

    Belgische adoptie

    De beslissing zou naar mijn mening anders zijn geweest als de man had kunnen aanvoeren dat onder zijn omstandigheden geen Belgische adoptie kon worden uitgesproken. Als dat het geval was geweest, dan had een beroep gedaan kunnen worden op artikel 9 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarin staat dat de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht moet accepteren als een gerechtelijke procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt te zijn.

    Uit het vorenstaande blijkt dat de Nederlandse rechtbank momenteel niet eenvoudig rechtsmacht aanneemt als de adoptieouders niet in Nederland wonen.
    Dit punt moet door de adoptieouders uitgebreid worden toegelicht voordat kan worden toegekomen aan de kwestie waar het werkelijk om gaat: de adoptie van een kind dat in vele gevallen al lange tijd een gezin vormt met de adoptieouders. Deze starre formele houding in zaken waar de belangen van het kind op het spel staan vind ik een ongewenste ontwikkeling.

    De zaak van Marcia is overigens nog niet klaar. Zij heeft onlangs een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

    * voor de leesbaarheid wordt Marcia genoemd
    maar formeel gezien voeren haar adoptieouders de
    procedure.

    Dit artikel verscheen in het juninummer van Adoptie magazine.


    Vera Kidjan 

    vera kidjan