blog
nieuws

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft spannende vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg over automatisch (“van rechtswege”) verlies van de Nederlandse nationaliteit.
Langzaam lijkt door te dringen dat het Rottmann-arrest1 en Genovese tegen Malta2 niet alleen van toepassing zijn in zaken waarin het Nederlanderschap wordt ingetrokken maar misschien ook in zaken waarin het Nederlanderschap automatisch verloren gaat.

Verdraagt verlies van het Nederlanderschap van rechtswege zich met het Unierecht, met name met het burgerschap van de Unie?

Het Europese Hof van Justitie heeft meermaals verklaard dat de primaire hoedanigheid van de onderdanen van de lidstaten het Unieburgerschap moet zijn. Dat betekent nogal wat. Het burgerschap van de Unie is volgens het Europese Hof een belangrijker deel van je identiteit dan het burgerschap, de nationaliteit, van de lidstaat. Aan je Unieburgerschap zijn belangrijke rechten en plichten verbonden die dus hoger worden gewaardeerd dan je nationale rechten en plichten.

Ook al hebben de Europese lidstaten de bevoegdheid om zelf de voorwaarden voor verkrijging en verlies van hun nationaliteit te bepalen, zij moeten dit wel doen met inachtneming van de hogere regels van het Unierecht. De uitoefening van de bevoegdheid inzake nationaliteit valt binnen de werkingssfeer van het Unierecht zodat de nationale regelgeving met betrekking tot verkrijging en verlies van de nationaliteit van een lidstaat niet in strijd mag zijn met het Unierecht.

De Afdeling stelt nu onomwonden dat zij ervan uit gaat dat de artikelen 20 en 21 WEU van toepassing zijn, ongeacht of het burgerschap van de Europese Unie verloren gaat als gevolg van een uitdrukkelijk intrekkingsbesluit of door van rechtswege vervallen van de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie. In beide gevallen verliest de betrokkene immers zijn belangrijkste hoedanigheid van burger van de Unie.

Voor mensen met dubbele nationaliteit is het extra pijnlijk dat het verlies van de Nederlandse nationaliteit, en dus van het burgerschap van de Europese Unie3, optreedt na tien jaar verblijf buiten Nederland, Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en de Europese Unie, terwijl een Nederlands paspoort sinds maart 2014 10 jaar geldig is. Met andere woorden: de verliesdatum van je Nederlandse nationaliteit valt samen met de houdbaarheidsdatum van je Nederlandse paspoort. In de praktijk betekent dit dat als je na 10 jaar je Nederlandse paspoort wilt verlengen je te horen krijgt dat je geen Nederlander meer bent omdat het meer dan 10 jaar geleden is dat je je laatste Nederlandse paspoort verstrekt hebt gekregen. Tegelijkertijd verlies je ook je Unieburgerschap, terwijl dit door het Hof van Justitie van de EU als de primaire hoedanigheid van onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie wordt beschouwd.

In het wetsvoorstel dat de naturalisatietermijn verlengt van 5 naar 7 jaar wordt geregeld dat de automatische verliestermijn van 10 jaar wordt verlengd naar 15 jaar. Dit wetsvoorstel is ingediend op 21 januari 2014 en ligt al geruime tijd ter behandeling bij de Eerste Kamer. Het is vooralsnog onduidelijk of en wanneer het in werking zal treden.

Hermie de Voer
Advocaat bij Everaert Advocaten Immigration Lawyers

hermie-blog

1Uit het Rottmann-arrest volgt dat het Europese evenredigheidsbeginsel van toepassing is op het gebied van het nationaliteitsrecht.
2Uit Genovese tegen Malta volgt dat nationaliteit deel is van de sociale identiteit en daarmee onder het privéleven valt. Discriminatie bij verwerving van de nationaliteit schendt artikel 8 jo 14 EVRM.
3Voor Nederlanders die tevens een nationaliteit van buiten de EU hebben.

aanmelden nieuwsbrief

dhr.    mw.