Deze website maakt gebruik van Cookies

We gebruiken cookies om de website goed te laten functioneren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Meer informatie vindt u in de privacyverklaring.

Ik ga akkoord met het plaatsen van cookies voor:

Noodzakelijke functionaliteiten en anonieme statistieken
blog
nieuws
Procederen tegen een afwijzing van de aanvraag voor permanent verblijf

Sunil woont en werkt al 8 jaar in Nederland als hij in de zomer van 2017 een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen aanvraagt. De IND wijst zijn aanvraag af omdat hij niet zou voldoen aan de middeleneis. Volgens de IND is zijn inkomen niet duurzaam omdat zijn arbeidscontract op de dag van de aanvraag niet nog een jaar maar een jaar minus 3 dagen geldig was.

Voor een verblijfsvergunning voor permanent verblijf gelden drie belangrijke voorwaarden: de aanvrager moet ten minste 5 jaar in Nederland hebben gewoond met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel, het inburgeringsexamen hebben behaald en duurzaam beschikken over voldoende inkomen.

In deze zaak gaat het om de inkomenseis. De IND hanteert een strikt beleid: een werknemer voldoet aan het vereiste als ten minste het minimuminkomen wordt verdiend en de arbeidsovereenkomst op het moment van de aanvraag nog een jaar geldig is. Als dat niet het geval is, maar de arbeidsovereenkomst nog een half jaar doorloopt, dan kijkt de dienst naar het inkomen in het jaar voorafgaande aan de aanvraag. Sunil had juist in dat jaar geen werk. Na 7 jaar te hebben gewerkt als wetenschappelijk onderzoeker aan 2 universiteiten, ontvangt hij een half jaar een WW-uitkering en leeft hij een aantal maanden van zijn spaargeld voordat hij weer een baan als kennismigrant vindt. Dit is reden voor de IND om zijn aanvraag af te wijzen. Volgens de IND is de duurzaamheid van zijn inkomen niet gewaarborgd.

Namens Sunil maak ik bezwaar tegen deze restrictieve toepassing van het inkomensvereiste. Op grond van de EU-langdurig ingezetenerichtlijn en de uitleg van het Hof van Justitie EU moet rekening worden gehouden met de individuele omstandigheden. Sunil is hoogopgeleid, heeft 7 jaar gewerkt als kennismigrant en heeft nooit een beroep gedaan op de bijstand. We gaan er bovendien van uit dat hij in de komende maanden een verlenging van zijn contract krijgt dan wel een nieuwe baan vindt.

Dit laatste lukt helaas niet en de IND wijst het bezwaar af. Een jaar na het indienen van de aanvraag, zitten we in de rechtbank. Sunil kan bij een Indiaas restaurant beginnen als hij een verblijfsvergunning krijgt en hij is bezig met het opstarten van een eigen onderneming. De rechter overweegt dat de individuele omstandigheden onvoldoende zijn betrokken en draagt de IND op dit in een nieuw besluit wel te doen. Sunil en ik zijn blij met de uitspraak maar de IND beslist opnieuw dat hij niet voldoet aan de middeleneis. De beschikking is op 6 zinnen na een letterlijke kopie van de eerste beschikking op bezwaar. We gaan dus weer in beroep.

Gedurende de hele procedure heeft Sunil diverse sollicitatiegesprekken en krijgt hij ook banen aangeboden. Voor die banen heeft hij echter een verblijfsvergunning nodig, die hij juist niet krijgt omdat hij geen baan heeft. Wel lukt het hem om een eigen onderneming te starten en hij krijgt uiteindelijk een verblijfsvergunning als start-up.

Een dag voor de tweede zitting, belt de IND-medewerker dat zij toch positief zal beslissen op zijn aanvraag. Door de afgifte van de verblijfsvergunning start-up wordt aangenomen dat Sunil het komende jaar aan de middeleneis voldoet en daarmee is zijn inkomen alsnog duurzaam. Deze maand, een jaar en 4 maanden na het indienen van de aanvraag, heeft Sunil alsnog een verblijfsvergunning voor permanent verblijf ontvangen.

Heeft u problemen met of vragen over de inkomenseis? Neem dan contact op met mij.

Elles Besselsen
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

aanmelden nieuwsbrief

dhr.    mw.

Ik ben op de hoogte van en akkoord met de privacyverklaring